| Geloven is leven |
![]() |
| Mozes (1) |
|
Hoe het begon Mozes werd geboren in een crisistijd. De Israëlieten woonden in het land Gosen, een provincie van Egypte. Ze werden hard onderdrukt door de farao (koning) van Egypte, hij liet hen zware arbeid verrichten. Het volk Israël groeide echter zo hard, dat de farao zich zorgen maakte om de mogelijke opstelling van de Israëlieten: zij zouden zich eens tegen hem kunnen keren. Hij gaf daarom bevel aan de vroedvrouwen om alle Israëlitische jongetjes direct na de geboorte te doden. De vroedvrouwen probeerden echter zo veel mogelijk onder dit bevel uit te komen. De moeder van Mozes zag kans om hem na de geboorte drie maanden te verbergen. Het werd echter te gevaarlijk en zij maakte een mandje van papyrus, maakte dat waterdicht, en zette het mandje met Mozes erin in het riet van de Nijl. De dochter van de farao kwam in de Nijl baden en ontdekte het mandje. De zuster van Mozes, Mirjam, kwam “toevallig” langslopen en bood aan om een pleegmoeder voor hem te zoeken. De dochter van farao ging akkoord en zo kwam Mozes weer thuis. Hij werd thuis opgevoed en farao’s dochter betaalde daarvoor. Toen hij groot genoeg was bracht zijn moeder hem naar de dochter van farao, die Mozes als zoon adopteerde. Aan het hof ontving hij zijn naam “Mozes” (uit het water gehaald). Door het geloof De ouders van Mozes waren gelovige mensen, die door God tot geloofsdaden werden aangezet. We lezen dat in Hebreeën 11: 23: Door hun geloof konden Mozes’ ouders hem na zijn geboorte drie maanden verborgen houden. Ook het gebruik van het papyrusmandje was een geloofsdaad, waardoor Mozes werd gered. Zo werd Mozes op bijzondere wijze, in plaats van een ten dode opgeschreven Israëlisch kind, een prins aan het hof van farao. Handelingen 7: 22: Mozes werd onderwezen in alle kennis van de Egyptenaren en werd een machtig man in woord en daad. Maar in zijn hart bleef Mozes een Israëliet. Getuige de volgende passage uit Exodus 2: 11 en 12: Toen Mozes volwassen geworden was, zocht hij op een dag de mensen van zijn volk op. Hij zag welke zware dwangarbeid ze verrichtten en was er getuige van dat een Hebreeër (zo werd een Israëliet vaak genoemd) ...... door een Egyptenaar werd geslagen. Hij keek om zich heen, en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar dood; hij verborg hem onder het zand. En zo werd de veelbelovende Mozes ineens een moordenaar. En het verhaal gaat verder, Exodus 2: 13 en 14: De dag daarop zag hij hoe twee Hebreeuwse mannen met elkaar op de vuist gingen. ‘Waarom sla je iemand van je eigen volk?’ vroeg hij aan de man die begonnen was. Maar die antwoordde: ‘Wie heeft jou als leider en rechter over ons aangesteld? Wou je mij soms ook doodslaan, net als die Egyptenaar?’ Mozes schrok, hij dacht: Dan is het dus toch bekend geworden! De vlucht En toen bleef er voor Mozes niets anders over dan te vluchten. De farao had het inmiddels gehoord en wilde Mozes doden. Mozes moest afstand doen van zijn prinselijke status en vluchtte naar het land Midjan. In Midjan werd Mozes goed opgevangen en trouwde daar met Sippora, die hem twee zonen baarde: “Gersom” (= ik ben een vreemdeling geworden) en Eliëzer (=God is mij te hulp gekomen), je leest dat in Exodus 18: 2. Het deed Mozes zeer toen hij hoorde dat zijn volk werd verdrukt in Egypte, terwijl hij er niets aan kon doen. We zullen hier even stil moeten staan bij de situatie waarin Mozes was terecht gekomen en hoe dat was ontstaan. Eigen rechter Tijdens Mozes’ verblijf aan het hof van Egypte moet bij hem het verlangen zijn gegroeid om zijn eigen volk te bevrijden van de onderdrukking. Hij zal de geloofsdaden van zijn ouders niet zijn vergeten en ook Gods hand hebben gezien in de wonderlijke redding van zijn leven en de gang van zaken rond zijn opvoeding. Hij werd aan het hof steeds meer Israëliet. Hebreeën 11: 24 en 25: Door zijn geloof weigerde Mozes, toen hij volwassen werd, aangesproken te worden als zoon van een dochter van de farao. Liever werd hij even slecht behandeld als het volk van God dan dat hij vluchtig voordeel had bij de zonde. Toen hij veertig jaar was kon hij niet langer wachten. Handelingen 7: 23: Toen hij veertig jaar was, besloot hij zich te bekommeren om het lot van de Israëlieten, zijn eigen volk. Mozes ondernam toen actie. We hebben hierboven gelezen waar deze actie toe heeft geleid: een moord en een vlucht. Wat zal Mozes het hiermee moeilijk hebben gehad. Mozes ging tot actie over zonder God te raadplegen. Hij handelde niet uit roepingsbesef, zijn eigenmachtig optreden werd niet door God gezegend. Verderop in het verhaal zullen we lezen dat God hem gaat roepen, maar dat is pas veel later. Dit brengt twee punten onder onze aandacht:
|
De roeping Veertig jaar lang was Mozes schaapherder in Midjan. Hij zorgde voor de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro. Eens was hij met de schapen bij de berg Horeb in de Sinaï-woestijn. Exodus 3: 2: Daar verscheen de engel van de Heer aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Exodus 3: 9 en 10: (De Heer zei:) de jammerklacht van de Israëlieten is tot Mij doorgedrongen en Ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur Ik jou nu naar de farao: jij moet Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden. De aarzeling Je zou verwachten dat Mozes dolblij zou opspringen en blij zou zijn dat hij nu in actie kon komen voor de bevrijding van zijn volk. Maar Mozes was in die veertig jaar veranderd, de Mozes van toen was een heel andere dan de Mozes van nu. Er ontstond een woordenwisseling tussen God en Mozes, waarbij God Mozes motiveerde om de opdracht aan te nemen en waarbij Mozes duidelijk probeerde onder deze opdracht uit te komen:
Mozes omgevormd Het zelfbeeld van Mozes was in die veertig jaren als schaapherder grondig veranderd:
De eerste periode van veertig jaar (Handelingen 7: 23) in het leven van Mozes stond in het teken van zijn opvoeding aan het hof. Hij werd een veelbelovend man met macht (Handelingen 7: 22). Zijn ambitie om toen in actie te komen was gestoeld op eigen kunnen en kracht. Maar God heeft geen krachtpatsers nodig. God heeft mensen nodig die weten dat zij van zichzelf niets kunnen, maar alleen met Gods hulp in beweging kunnen komen. Om Mozes zover te krijgen waren er nog eens veertig jaren nodig (Handelingen 7: 30). Jaren waarin God Mozes heeft geleerd wat nederigheid en bescheidenheid is. Jaren waarin Mozes veel dichter bij God is gekomen en moest leren om zijn ambitie te richten naar Gods wil. De tweede periode van veertig jaar, waarin Mozes schaapherder was, waren de jaren waarin God Mozes omvormde tot een bruikbaar instrument in Zijn dienst. Geloofservaring Het ambt van ouderling of oudste staat van oudsher open voor de oudere gemeenteleden. In bedrijven kiest men tegenwoordig vaak jongere managers, die snel kunnen beslissen, flexibel zijn en op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen. In de christelijke gemeente gelden andere regels, daar kiest men voor wijze mensen, die in het leven bevestigd zijn in hun geloof en geleerd hebben wat de dienst aan God verlangt. De dienst aan God is een leerschool die het hele leven duurt. Je kunt dan geroepen worden tot een ambt of taak, terwijl je zelf vindt dat je er niet of nauwelijks geschikt voor bent. Het besef, door God geroepen te worden, en verzekerd te zijn van Zijn hulp, kan je de vrijmoedigheid geven om die taak op je te nemen. Op Gods tijd Daarnaast moest Mozes ook wachten tot het Gods tijd was. Handelingen 7: 6, 7: God zei tegen Abraham dat zijn nakomelingen vierhonderd jaar in een vreemd land zouden wonen, waar ze in slavernij zouden leven en slecht behandeld zouden worden. ‘Maar,’ zo luidden Gods woorden, ‘het volk dat ze als slaaf zullen dienen, zal ik straffen, en daarna zullen ze wegtrekken en mij vereren op de heilige plaats.’ Mozes moest wachten tot de vierhonderd jaren voorbij waren, tot Gods tijd was aangebroken. |
|
Ga verder op de volgende pagina:
Mozes (2) |
| | Home | Verantwoording | Sitemap | |