| Geloven is leven |
![]() |
| Mozes (2) |
|
Gehoorzaamheid gevraagd Mozes ging op weg, met zijn vrouw en zijn beide zonen. Exodus 4: 24 t/m 26: Onderweg, toen Mozes en de zijnen ergens overnachtten, kwam de Heer op hem af en probeerde hem te doden. Sippora pakte een scherpe steen, sneed de voorhuid van haar zoon weg en raakte daarmee Mozes’ voeten aan, terwijl ze zei: ‘Een bloedbruidegom ben jij voor mij.’ (Ze noemde hem (Mozes) toen ‘bloedbruidegom’ vanwege die besnijdenis.) Toen liet de Heer hem met rust. Eén van hun zonen bleek niet besneden te zijn, waarmee ze het gebod van God hadden genegeerd (zie daarvoor de pagina: Het verbond. De besnijdenis was juist het zichtbare teken van Gods verbond met Abram en zijn nakomelingen. God wilde Mozes gaan gebruiken bij de vervulling van Zijn verbondsbeloften. Dan kon het niet zo zijn dat Mozes zich zelf niet aan de verbondsafspraken hield. De Heer probeerde hem te doden, staat er, we weten niet wat er gebeurde. Misschien werd Mozes door een acute ernstige ziekte bedreigd. Hoe dan ook, Mozes en Sippora wisten wel wat de oorzaak was: de onbesnedenheid van hun zoon. De dienst aan God en de zonde (het niet doen van Gods wil) staan haaks op elkaar. Mozes kende niet de oproep die Paulus later zou doen, zie Romeinen 6: 13: Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde ......, maar stel uzelf in dienst van God. Maar wij kennen die wel. De voorbereiding Exodus 4: 29 t/m 31: Toen gingen Mozes en Aäron samen naar Egypte en daar riepen ze de oudsten van Israël bij elkaar. Aäron herhaalde woord voor woord wat de Heer tegen Mozes gezegd had, en liet het volk de wonderen (die God hem had opgedragen) zien. De Israëlieten werden hierdoor overtuigd; toen ze hoorden dat de Heer oog had gekregen voor hun ellende, knielden ze en bogen ze zich diep neer. De tegenstand Exodus 5: 1, 2: Hierna gingen Mozes en Aäron naar de farao, en ze zeiden tegen hem: ‘Dit zegt de Heer, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan, om in de woestijn ter ere van Mij een feest te vieren.’ ‘Wie is die Heer, dat ik Hem zou gehoorzamen?’ vroeg de farao. ‘Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de Heer niet en de Israëlieten laat ik niet gaan.’ De stellingen waren ingenomen: Mozes en Aäron pleitend voor de bevrijding van Israël, de farao hardnekkig in zijn weigering. Het leek er op dat de pleidooien van Mozes en Aäron alleen maar averechts uitwerkten. Farao gaf zelfs opdracht de dwangarbeid te verzwaren (Exodus 5: 6 t/m 8). De Israëlieten namen Mozes en Aäron deze lastenverzwaring kwalijk. Exodus 5: 21: U hebt ons bij de farao en zijn dienaren een slechte naam bezorgd. U hebt hun een zwaard in handen gegeven om ons te doden. Van de regen in de drup Dit moet verschrikkelijk zijn geweest voor Mozes en Aäron. Eerst de farao, die hardnekkig weigerde mee te werken, met alle gevolgen van dien voor de Israëlieten. En dan ook nog de woede van Israël, die ervoeren dat de pleidooien van Mozes en Aäron geen bevrijding, maar juist een verzwaring van hun werk opleverden. |
Toen deed Mozes het beste wat je in zo’n moeilijke, uitzichtloze situatie kunt doen: bidden. Exodus 5: 22, 23:
Toen wendde Mozes zich opnieuw tot de Heer en zei: ‘Heer, waarom behandelt U dit volk zo slecht? Waarom hebt U mij hierheen gestuurd? Vanaf het moment dat ik bij de farao ben gekomen en hem in Uw naam heb toegesproken, wordt het volk nog slechter door hem behandeld. U hebt Uw volk niet bevrijd – integendeel!’
Mozes was eerlijk en duidelijk in zijn gebed, en legde het probleem nu bij God neer. Dat is ook het beste wat wij kunnen doen, onze problemen bij God neerleggen. God staat veel hoger dan wij, Hij overziet alles en hanteert andere tijden dan wij. Hij weet waar Hij heen wil en doet alles op Zijn tijd en op Zijn wijze. De paden die wij lopen gaan vaak kriskras door het leven, maar Hij ziet waar wij uit moeten komen. God liet aan Mozes en Aäron zien dan Zijn plannen nog onveranderd vast staan. Exodus 6: 1: Maar de Heer antwoordde hem (Mozes) : ‘Nu zul je zien wat Ik de farao ga aandoen: Ik zal hem met harde hand dwingen Mijn volk te laten gaan, hij zal het zelfs uit zijn land wegjagen.’ God en farao Toch kan het gevoel achterblijven dat God de eerste slag van farao heeft verloren. Maar dat is zeker niet het geval, alles ging precies zoals God het heeft gewild. Zelfs de tegenstand van farao werd door God gebruikt. Exodus 4: 21: Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Nu je teruggaat naar Egypte, moeten jullie daar de farao alle wonderen laten zien waartoe Ik je de macht heb gegeven. Ik zal ervoor zorgen dat hij hardnekkig weigert het volk te laten gaan’. Maar waarom deed God dit dan? Exodus 14: 4: (De Heer zei tegen Mozes:) Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal Ik Mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat Ik de Heer ben.’ Ik ben de Heer God herinnerde Mozes eraan hoe Hij zich aan hem had geopenbaard. Dat was toen Mozes vroeg: Stel dat ...... ze (de Egyptenaren) vragen: ‘Wat is de naam van die God’? (Exodus 3: 13). Toen gaf God het volgende antwoord: Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd. Deze naam (IK ZAL ER ZIJN) gaat terug op de oorspronkelijke naam van God: Jahwe of Jehovah. Daarmee geeft God aan dat Hij Dezelfde is en blijft. Hij is Dezelfde God die Zich aan Abram heeft geopenbaard en met hem een verbond heeft gesloten. Hij zou Zijn verbondsbeloften waar maken, alle tegenstand van de Egyptenaren ten spijt. De plagen en de uittocht Steeds weer liet God Mozes en Aäron naar de farao gaan. Farao weigerde telkens weer. God liet Mozes wonderen doen, maar de farao liet zich niet van de wijs brengen. Vervolgens liet God Mozes en Aäron plagen afroepen over Egypte, die steeds erger werden. Dan beloofde farao Israël te laten gaan, maar zodra de plaag ophield, weigerde hij resoluut. Bij de tiende plaag, waarbij alle eerstgeborenen in Egypte werden gedood, konden de Israëlieten uiteindelijk vertrekken. |
|
Ga verder op de volgende pagina:
Mozes (3) |
| | Home | Verantwoording | Sitemap | |