Israël
Een geroepen volk
Israël is het volk van God. De beloftes aan Israël beginnen al met de roeping van Abram. Gen. 12:1-3: De HEER zei tegen Abram: Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat Ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, Ik zal je zegenen, je naam veel aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou vervloekt, zal Ik vervloeken. In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden. God heeft Israël tot Zijn volk gekozen, niet om het exclusief te zegenen, maar juist om via Israël de gehele wereld te zegenen.

Jezus, uit Israël, voor Israël en voor de volkeren
Uit Israël is Jezus de Verlosser geboren. Maar vlak voor Zijn hemelvaart zegt Jezus dat het evangelie van de verlossing aan alle volkeren moet worden verkondigd. Matth. 28: 19,20: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Door de apostelen, predikers en evangelisten is het evangelie inmiddels over de aarde verspreid.

De Joden zelf hebben Jezus niet aangenomen. Joh. 1:11: Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen. Als de Joden zien dat vele heidenvolken Christus gaan volgen, moet dat hen (Israël) tot jaloersheid wekken zodat zij alsnog Jezus zullen aannemen. Rom. 11:11: Maar nu vraag ik weer: ze zijn toch niet gestruikeld om ten val te komen? Dat in geen geval, maar door hun overtreding konden de andere volken worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden.

Jodenhaat
In plaats van dat wij de Joden jaloers hebben gemaakt, hebben wij hen veroordeeld, gehaat en vervolgd. Kerkvaders als Augustinus (“het volk van de duivel”) en Maarten Luther (“dit verdoemde en verstoten ras van de Joden”) lieten zien hoe slecht de Joden vroeger in de markt lagen. Sinds het begin van de jaartelling zijn de Joden gehaat en vierde het antisemitisme hoogtij. De christenen hebben daar een grote bijdrage aan geleverd. Zo kon ook de Holocaust ontstaan. De Jodenhaat bestond al en is dus geen uitvinding van Hitler.

In de Spaanse inquisitie ontstond een heksenjacht tegen “ketterij”, waar ook de Joden onder vielen. Naar schatting zijn er in die tijd zo’n 30.000 joodse “ketters” vermoord. In de 11e, 12e en 13e eeuw werden er al kruistochten georganiseerd naar het Heilige Land. De bedoeling was om dit land te bevrijden van de moslims, maar ook de Joden kregen het zwaar te voorduren. Vele Joden werden vermoord, want Jeruzalem moest een christelijke stad worden.

Het is niet zo raar dat de meeste Joden niets van het christendom moeten hebben. Sommige Joden zien de christenen als bedreiging. Zij denken dat als zij christen worden zij hun joodszijn moeten afzweren en lid moeten worden van de christelijke kerk. Achter de Jodenhaat door de eeuwen heen zit ook ongetwijfeld de duivel, die het volk van God probeert te vernietigen.

God blijf Israël trouw
Maar Israël is en blijft het geliefde verbondsvolk van God. Gen.17:6-8: Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal Ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en Ik zal hun God zijn. Ook het land waar Israël woont, en dat God aan Abram had gegeven, blijft voor eeuwig van Israël. Gen. 13:15: Al het land dat je ziet geef Ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd, Psalm 105:8-11: Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken zijn belofte aan duizend geslachten, het verbond dat Hij sloot met Abraham en voor Isaak bevestigde met een eed. Voor Jakob verhief Hij het tot wet, voor Israël tot een eeuwig verbond, toen Hij zei: Ik zal jou Kanaän geven, dat land wordt je onvervreemdbaar bezit.
Veel christenen zijn aanhanger van de vervangingsleer. Volgens deze leer is de kerk in de plaats van Israël gekomen en moeten alle teksten die op Israël slaan nu niet meer letterlijk maar “geestelijk” worden uitgelegd. Het Israël van nu zou dan de kerk zijn. Er is in de Bijbel echter geen enkele grond te vinden voor deze leer. Integendeel, in de profetieën is te lezen hoe God Israël weer zal doen leven, zal vergeven, zal terugbrengen in hun land, zal heiligen, Zijn Geest zal geven. (Ezechiël 36, 37 en Jeremia 31). Deze profetieën zijn nog niet geheel vervuld, maar dat gaat nog komen.

Gods beloften blijven van kracht
Ezechiël 37:25-28: Ze (de Joden) zullen wonen in het land dat Ik aan mijn dienaar Jakob gegeven heb, het land van jullie voorouders. Zij en hun kinderen en de kinderen van hun kinderen zullen daar voor altijd wonen, en mijn dienaar David zal voor altijd hun vorst zijn. Ik sluit met hen een vredesverbond, een verbond dat eeuwig zal duren. Ik zal hun een vaste woonplaats geven en hen talrijk maken; mijn heiligdom zal voor altijd in hun midden staan. Bij hen zal Ik wonen; Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. En de volken zullen beseffen dat Ik, de HEER, Israël heilig doordat mijn heiligdom voor altijd in hun midden is.

De huidige politieke handelwijze van Israël leidt tot steeds meer vijanden. Volgens de Bijbel zal Israël steeds meer in de verdrukking komen. Maar God laat niet toe dat Israël wordt vernietigd. In tegendeel: Op die dag zal Ik alles in het werk stellen om de volken uit te roeien die Jeruzalem belagen. Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal Ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar Mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een eerstgeborene (Zacharia 12:9,10).

God blijft trouw aan Israël (Rom.11:27-32: Dit is mijn verbond met hen (de Joden), wanneer Ik hun zonden wegneem. Omwille van u zijn ze Gods vijanden geworden door het evangelie af te wijzen, maar toch blijven ze Gods geliefden omwille van de aartsvaders, die Hij heeft uitgekozen. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan. Zoals u God eens ongehoorzaam was, maar door hun ongehoorzaamheid nu Gods barmhartigheid hebt ondervonden, zo zijn ook zij nu ongehoorzaam om door de barmhartigheid die u ondervonden hebt, ook zelf barmhartigheid te ondervinden. Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.

Redding voor Joden en christenen
Slechts een rest van de Joden wordt gered, nl. het volk van de belofte (Rom. 9: 27: En Jesaja roept over Israël uit: Al telde het volk van Israël zo veel mensen als er zand is bij de zee, slechts een rest zal worden gered. Dat zijn de Joden die (nog) tot bekering komen. Zo zal “heel Israël”, Joden samen met alle gelovigen uit de heidenvolken, worden gered. (Rom.11:25-27: Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Een deel van Israël is onbuigzaam geworden, en dat blijft zo totdat de andere volken voltallig zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. Dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.

Gods beloften blijven gelden, ook vandaag. Daarmee keurt God niet automatisch goed hoe Israël zich gedraagt te midden van de volken rondom. En belangrijker nog, de zegen van God hangt af van de vraag of Israël Hem blijft dienen. In het verleden legde God straffen op aan Israël, en werden zij zelfs in ballingschap gestuurd. Steeds kon Israël terugkeren. Na WOII zijn veel Joden wereldwijd teruggekeerd naar Palestina. God heeft Israël niet laten vallen. Jezus zal terugkomen naar de aarde en Zijn voeten zullen dan op de Olijfberg staan (Zacharia 14:4). Hij zal dan Koning zijn op de troon van Zijn vader David en de wereld regeren vanuit Jeruzalem (Openbaring 22:3).
De pagina's van dit hoofdstuk:

Het verbond
Dopen
Vrouwen in touw
Israël
| Home | Verantwoording | Sitemap |